Een Vet Concert in een Vette Tent - The Stag in Duitsland

Gepubliceerd op 28 maart 2025 om 10:34

Op de vroege morgen van 10 oktober 1992 waren wij, de leden van The Stag en de roadcrew, al vroeg uit de veren om alle apparatuur in de bandbus te laden. Er wachtte ons een lange rit naar ergens in Duitsland, waar we wegens groot succes voor de tweede keer mochten optreden in de Klimpenkasten. Dit keer wisten we wat ons te wachten stond...

Hoe anders was het de eerste keer dat we mochten optreden in die.... ja, wat was het eigenlijk? Was het een bar, een jongerencentrum, een concertzaal? Bij binnenkomst was er niets dat deed vermoeden dat het één van de genoemde opties was. Het deed meer denken aan een donkere vleermuisgrot. Zodra we het hol betraden merkten we dat onze tred aanzienlijk moeizamer ging: een vettige, ranzige, guano-achtige laag, die ooit een vloerbedekking moest zijn geweest, hechtte zich als tiensecondelijm aan onze betreurenswaardige schoenzolen. Nog groter werd onze afschuw toen bleek dat alles, maar dan ook werkelijk alles, was bedekt met een soortgelijke substantie. De muren, de bar, het podium, zelfs het haar van de enthousiaste jongen die ons allemaal verwelkomde met een innige omhelzing, waardoor het plotseling aanlokkelijker leek om over de vloer te gaan rollen. Het was verschrikkelijk! Moesten we hier spelen?!? Hier eten?!!!? Hier slapen?!?!?!?!?

 

Onze zanger Ben had het optreden en onze overnachting geregeld. We zouden kunnen slapen op het terrein van de Klimpenkasten, het was immers te ver om na het concert weer terug te rijden. Ongerust liep hij met de vetkuif mee om onze slaapplaatsen te inspecteren. Binnen drie minuten was hij terug, met een van afgrijzen vertrokken gezicht.

‘Daar ga ik niet slapen!’ stamelde hij onthutst.

Nieuwsgierig liepen we naar buiten om te zien waarvan Ben, die toch wel wat gewend was, zo van slag was. Buiten stond een oude bus. Van een afstandje leek het een wrak dat nog dienst had gedaan als openbaar vervoermiddel in Berlijn, net na de oorlog. Het was ons horrorhotel voor de komende nacht. Hoe het er van binnen uitzag weet alleen de ranzigste van de roadies, die het waagde de bus, waarvan de ingang deed denken aan een grote muil vol stinkende, verrotte tanden en kiezen, te betreden. Al na enkele seconden haastte hij zich halsoverkop het vehikel uit, alsof hij op de hielen werd gezeten door een controleur die hem had betrapt op zwartrijden. We wisten genoeg: het was er nog te smerig om er je laatste, eeuwige slaap te slapen. Dan nog liever laat in de nacht het hele eind terug rijden, al was dat bijna een garantie om alsnog in een eeuwige slaap te raken met Hans, onze bassist, achter het stuur.

 

Weer binnen in het varkenskot probeerden we er het beste van te maken en stelden onze apparatuur op. De soundcheck verliep goed waardoor we ons toch weer op het concert begonnen te verheugen; wat daarna zou komen dachten we maar niet meer aan.

Er waren inmiddels wat andere mensen het zaaltje binnengekomen, die ons vrolijk begroetten alsof we een stelletje collaborateurs waren. Eén van de heren, al had het ook een vrouw kunnen zijn, of een familielid van de Yeti, bleek bepaalde kunsten te bezitten. Het ondefinieerbare wezen was in staat om met behulp van een reusachtige wok een maaltijd te creëren die qua uiterlijk niet te onderscheiden was van de vloer, maar toch erg smakelijk was.

 

Nadat de grot was volgestroomd en wij ons, geheel tegen onze regel dat er pas gedronken mocht worden na afloop van een concert, ook hadden laten volstromen met bier om alles wat draaglijker te maken, ging het dak eraf. Voor een beetje frisse lucht was het beter geweest als dit letterlijk was gebeurd, maar ondanks alles werd het een geweldig optreden voor een volle, vette zaal.

Na afloop togen we, nog in de wietwolken, naar de bar waar we nog even napraatten, terwijl de roadies zo vriendelijk, of eigenlijk zo stom, waren om onze apparatuur af te breken. Het duurde echter niet lang of we vielen uit diezelfde wolken: we hadden te veel gedronken om de terugreis nog aan te kunnen vangen! We moesten dus overnachten in DE BUS, die op ons wachtte zoals ooit de herdersstal voor het kindje Jezus. Hadden we de keuze gehad, dan waren we dolblij geweest met een slaapplek in de uitwerpselen van een os en een ezel.

Goddank kwam er hulp uit onverwachte hoek: de enige aanwezige die te herkennen was als mens, en gezien zijn kleding nog vermogend ook, bood ons aan om bij hem thuis te overnachten. Het bleek een grote villa te zijn, die uitstekend dienst kon doen als tatort in de gelijknamige Duitse politieserie. Het risico dat we die nacht in onze slaap zouden sterven door toedoen van een protserige Duitser met een cirkelzaag, namen we voor lief: alles beter dan de horrorbus.

______________________________________________________________________________________________________________________________________

Leuk als je dit artikel wilt delen door te klikken op onderstaande icoontjes. En voel je vrij om een reactie en/of sterrenbeoordeling te plaatsen, ik ben benieuwd naar je mening!

Je emailadres wordt niet getoond. Je kunt je reactie altijd weer laten verwijderen via de contactbutton onderaan de pagina.

Klik op de afbeelding voor volledige weergave.
© Rein Menke gegenereerd met Canva Magic Media


Schrijf je in en blijf op de hoogte van nieuwe artikelen!


Uitgevoerd door The Stag

Live opgenomen in de Klimpenkasten, Duitsland op 10 oktober 1992

Drums - Ad Menke

Zang - Ben Vreeburg

Basgitaar - Hans Tienhoven

Keyboards - Ton Beukelman

Gitaar - Rein Menke

Achtergrondzang - Ton, Rein

Tekst en Muziek - Rein Menke

© Rein Menke - Alle rechten voorbehouden


Wat vond jij van dit artikel?

Rating: 4.7142857142857 sterren
7 stemmen

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.